Wat is technisch duiken

Het lijkt wel alsof iedereen tegenwoordig bezig is met technisch duiken, of op zijn minst plannen heeft om er binnenkort mee te beginnen. Maar wat is dat eigenlijk, tech duiken? Op die vraag krijg je verschillende antwoorden. Het is iets met deco, veel flessen, grotduiken en zo, trimix, scooters en rebreathers, kortom: alles wat geen sportduiken is. Zo zou je het kunnen definiëren: technisch duiken gaat verder waar sportduiken ophoudt. Een andere definitie die je veel hoort is: tech duiken is duiken met een plafond, of dat nu een hard plafond is (wrak, grot, ijs) of een virtueel plafond (deco). En waar houdt sportduiken dan op? Waar begint dat plafond? Dat lijkt een simpele vraag, maar het antwoord is nog niet zo makkelijk te geven.

Stel je voor, een duiker zwemt door de stuurhut van de Hilma Hooker. Of een andere duiker bekijkt de motoren en vrachtwagentjes in de ruimen van de Thistlegorm. Zijn dit technische wrakduikers? Is een duiker die met een gids een cenote in Mexico bezoekt een grotduiker? Maakt het jou een technisch decompressieduiker als je computer op dertig meter diepte twee minuten deco aangeeft? Natuurlijk niet, je bent de grenzen van het sportduiken aan het opzoeken maar je gaat er niet over heen.

Iets anders wordt het als je dieper een wrak binnen gaat, in een grot buiten de daglichtzone komt of een half uur deco oploopt. Nu kom je op het terrein van de technisch duiker, maar je bent dat nog niet. Je zou hoogstens kunnen zeggen dat je een beetje een domme duiker bent. Het uiteindelijke verschil tussen een sportduiker die over zijn grenzen gaat en een technische duiker is dat de laatste probeert zijn grensverleggende activiteiten zo veilig mogelijk te houden. Dat betekent opleiding volgen, uitrusting geschikt maken, technieken eigen maken en procedures aanpassen.

 

Wat wil je eigenlijk?

Wil je met tech duiken beginnen dan zal je je eerst af moeten vragen wat je eigenlijk wil. Ben je een beetje uitgekeken op de duiken die je maakt en wil je een nieuwe uitdaging? Of heb je een specifiek doel, bijvoorbeeld wrakken bezoeken op meer dan veertig meter diep, of leren grotduiken? Belangrijk is in ieder geval dat je beseft dat technisch duiken heel veel te bieden heeft, maar ook heel veel kost. Niet alleen geld (er zijn duiken waar alleen je gas al over de tweehonderd euro kost) maar ook tijd en moeite. Je zal waarschijnlijk meerdere opleidingen moeten volgen, en dat zijn geen specialties van een weekend. Je zal nieuwe uitrusting aan moeten schaffen, in veel gevallen meer dan je al bezit. Je zal tijd en moeite moeten investeren in oefenen en ervaring opdoen. En dat alles kan vaak niet in Nederland, reizen hoort bij tech duiken. Voordat je je hals over kop in dit nieuwe avontuur stort is het goed om je af te vragen of alle tijd, geld en moeite het ook waard zullen zijn. Ga je werkelijk de duiken maken waar je nu van droomt? Hoe vaak? Is het geen tijdelijke bevlieging?

 

Welke opleiding?

Goed, je weet zeker dat je door wilt zetten met je nieuwe hobby. Dan is de eerste vraag welke opleiding(en) je daar voor moet volgen. Wil je langere en diepere duiken leren maken dan heb je een opleiding nodig die je leert decompressie duiken te maken met apart decompressiegas, zogenaamde versnelde deco. Het bijbehorende brevet heet Advanced Nitrox, Extended Range, Tec Deep of Decompression Procedures. Wil je nog verder dan is ook een opleiding menggasduiken noodzakelijk, naast gebruik van deco-gas leer je nu ook duiken met aangepast bodemgas met steeds meer helium. Brevet namen: Normoxic Trimix (21% zuurstof) en Trimix. Is je doel het duiken in grotten dan heb je een aantal opleidingen nodig die het mogelijk maken om niet alleen een grot in te zwemmen maar ook een redelijke kans bieden er levend weer uit te komen. Grotduiken is namelijk niet moeilijk, zelfs doodgaan in een grot is makkelijk. Pasjes: Cavern, Intro to Cave, Full Cave. Veel grotten zijn diep en de duiken lang, dus een combinatie met decompressie- en menggas opleiding kan nodig zijn. Wil je leren duiken met een rebreather dan zal je daar opleidingen in moeten volgen, gecombineerd met deco- en menggasopleiding. Elk type rebreather kent een eigen opleiding. Wil je je rebreather gaan gebruiken om in grotten te duiken dan komt er ook nog een cave opleiding bij. Je ziet, je hebt de komende tijd nog wat te doen.

 

Welke instructeur?

De volgende stap is het zoeken van een instructeur. Veel duikers maken de vergissing te denken dat de organisatie belangrijker is dan de instructeur. Niets is minder waar. Een goede instructeur zal een goede cursus geven, maakt niet uit voor welke organisatie hij op dat moment lesgeeft. De verschillen tussen de organisaties zijn veel kleiner dan de verschillen tussen instructeurs (met één uitzondering, daarover later meer).

Kies dus een instructeur die een goede naam heeft. Vraag om je heen naar ervaringen van anderen. Vooral tech duikers die verschillende instructeurs hebben gehad en al lange tijd technisch duiken kunnen je helpen bij je keuze. Kijk of de instructeur waar je de opleiding wil doen ook zelf de duiken maakt en niet alleen maar lesgeeft. Kijk hoe hij die duiken maakt: een cowboy die records najaagt geeft waarschijnlijk ook niet erg veilig les. Wil je zelf uiteindelijk diepe wrakduiken maken dan heeft het zin rond te kijken naar een instructeur die zelf een passie voor wrakken heeft. Naast de basis cursus inhoud kan hij je waarschijnlijk meer mee geven waar je in de toekomst wat aan hebt. Zoek een instructeur waar je niet na één cursus klaar bent, heb je een traject voor ogen dan kan het prettig zijn als je bij de zelfde kan blijven. Zoek een instructeur die de lat hoog legt: je betaalt voor een opleiding, zorg dat je waar voor je geld krijgt. Niemand leert wat van een brevetten-sinterklaas. En als laatste: zoek iemand waar je mee op kan schieten. Je zit vaak een tijd met elkaar opgescheept en het leerproces kan af en toe stress oproepen. Dan kan het een groot voordeel zijn als jij en je instructeur prettig met elkaar om gaan.

 

Welke organisatie?

Met de groei van het aantal technische duikers is ook het aantal opleidings-organisaties toegenomen. Af en toe zie je door de bomen het bos niet meer. Heb je als tech instructeur genoeg van jouw club, of jouw club van jou? Dan stap je toch gewoon over. Heb je iedereen gehad dan kan je altijd nog je eigen clubje beginnen. Ik heb al gezegd dat de organisatie niet erg belangrijk is, maar ik wil toch proberen wat orde te scheppen in de chaos.
Sommige organisaties houden zich bezig met een specifieke manier van duiken. Voorbeelden zijn de NACD en NSS-CDS die uitsluitend grotduikopleidingen bieden. De NACD is de oudste, de NSS-CDS een onderafdeling van de NSS, een “droge” grotorganisatie. Wil je verder in die tak van sport dan is zo’n specialistische organisatie een logische keuze. Ander voorbeeld is de RAB die specialiseert in rebreaters.

Dan heb je de brede tech organisaties die soms ook een sportduik afdeling hebben. Voorbeelden zijn IANTD, TDI en ANDI. Zij bieden allemaal een breed pakket opleidingen variërend van decompressie duiken, menggasduiken, rebreathers tot en met grotduiken. Je kan je afvragen of je als organisatie overal tegelijk goed in kan zijn. De IANTD is de oudste, en binnen Nederland en België de meest bekende vooral door de drijvende kracht achter IANTD-Benelux: Paul Lijnen. TDI is van oorsprong de wild-west club, met deep air duikers als Brett Gilliam en Rob Palmer. In onze omgeving wat minder bekend, maar in bv Egypte zie je bijna niet anders. ANDI is een afsplitsing van IANTD, in Nederland en België nooit goed van de grond gekomen door een ongelukkige keuze van vertegenwoordigers.
De derde groep zijn de sportduikorganisaties die (bang om de boot te missen) een tech afdeling hebben opgericht. Voorbeelden zijn PADI-DSAT, NAUI-TECH, SSI-TechXR. Doordat PADI verreweg de grootste organisatie is op het gebied van sportduikopleidingen zijn ze ook redelijk snel doorgedrongen op de technische markt. Begonnen met TEC-DEEP is er in de loop van tien jaar een compleet pakket aan tech opleidingen ontstaan.

En dan zijn er de DIR organisaties. Er zijn er op dit moment twee actief, GUE en UTD, waarvan GUE verreweg de bekendste is. GUE is een algemene tech organisatie, afkomstig uit het grotduiken. De laatste jaren is er ook een sportduik traject ontwikkeld. Als uitzondering op de regel is het hier wel van belang voor de organisatie te kiezen. GUE accepteert anders dan alle anderen geen cross-overs: wil je een GUE opleiding dan zal je bij de basis moeten beginnen en eerst Fundamentals doen. Reden hiervoor is dat GUE sterk hecht aan standaardisatie, kom je uit een “ander nest” dan pas je niet in het systeem. Bij GUE is de keuze van de instructeur van minder belang. De lat wordt door GUE zo hoog gelegd dat er van matige of slechte instructeurs geen sprake is. UTD streeft de zelfde hoge kwaliteit na, maar lijkt dat voorlopig niet waar te maken.

 

Tot slot

Ik hoop dat ik je een beetje op weg geholpen heb in de wereld van het tech duiken. Het is een mooie tak van sport waar je wel veel voor over moet hebben. Is dat je allemaal te veel, geen probleem: sportduiken kan ook erg mooi zijn. Maak je de stap wel dan wens ik je heel veel plezier, er zullen nieuwe werelden voor je open gaan!
Maarten van Baal,

instructor trainer IANTD
instructor trainer DSAT
instructor NACD
instructor GUE

Pin It on Pinterest